Het strijken van het gezicht met de handen na doe3a

Vraag

As salamu aleykum,

Wat is de regel m.b.t. het handen opheffen voor de doe3a en het daarna afvegen op het gezicht?

Ik had een artikel uit het boek van Sheich Albani waarin hij dit heel precies uitlegde. Zouden jullie mij dat kunnen sturen?

Wassalaam …


Antwoord

Wa3alaika assalaam,

Uit het boek: Een Beschrijving van de salaah van de Profeet (salla Allahu ‘aleyhi wa sallam, door Sheich Mohammed Nasir-oeddien al-Albaanie

De zwakheid van de ahaadieth die het strijken van het gezicht met de handen na doe3a (smeekbeden) noemen.

Uit: ‘Irwaa’ al-Ghaliel (2/178/182) door Sheich al-Albaani

1) “De profeet (صلى الله عليه وسلم) deed, als hij zijn handen ophief in doe3a’, ze niet omlaag totdat hij ermee langs zijn gezicht had gestreken.”

Da3ief (zwak). Overgeleverd door Tirmidhi (2/244) & ibn ‘Asaakir (7/12/2) via: Hammaad ibn ‘Isaa al-JuHaani van Hanzalah ibn Abi Soefyaan al-Jamhi van Saalim ibn ‘Abdoellaah van zijn vader ‘Omar ibn al-Chattaab, die zei: …

Tirmidhi zei erna: “Dit is een sahieh gharieb Hadieth. We kennen het alleen als een Hadieth van Hammaad ibn ‘Isa, want hij staat alleen in het overleveren ervan; hij heeft enkele ahaadith, maar de mensen hebben van hem overgeleverd.”

Deze overleveraar is echter zwak, zoals in Taqrieb van ibn Hajar staat, die in Tahdhieb over hem zegt:

Ibn Ma’ien zegt, ”Een goede sheich” 1; Aboe Haatim zei, ”Zwak in Hadieth”; Aboe Daawoed zei, ”Zwak, hij vermeld moenkar ahaadieth”; Haakim en Naqqaash zeiden, ”Hij vermelde gefabriceerde ahaadieth van ibn Joeraij en Ja’far as-Saadiq.” Hij is zwak verklaard door Daaraqoetni. Ibn Hibbaan zei, ”Hij vermeldt dingen die andersom zijn, op gezag van ibn Joeraij en ‘Abdoel ‘Aziz ibn ‘Omar ibn Abdoel ‘Aziz, op zo’n manier, dat het degenen wiens veld het is lijkt, alsof hij het met opzet doet; het is niet toegestaan om als bewijs te gebruiken.” ibn Maakoelaa zei, ”Ze verklaren dat zijn ahaadieth zwak zijn.”

Dus zo’n iemand als deze overleveraar is zeer zwak, dus kunnen zijn ahaadieth niet verheven worden tot niveau van hasan, en al helemaal niet tot sahieh!

Een vergelijkbare hadieth is:

“Wanneer de profeet (صلى الله عليه وسلم) doe3a deed en zijn handen ophief, streek hij langs zijn gezicht met zijn handen.”

Da3ief (zwak). Aboe Daawoed (1492) van ibn Lahie’ah van Hafs ibn H’Ishaam ibn ‘Utbah ibn Abi Waqqaas van Saa’ib ibn Yazied van zijn vader.

Dit is een zwakke sanad, omdat Hafs ibn H’Ishaam onbekend was en vanwege de zwakte van ibn Lahie’ah (vergelijk Taqrieb at-Tahdhieb).

Deze hadieth kan niet ondersteund worden door de twee routes van overleveringen tezamen, vanwege de ernstige mate van zwakheid van de eerste, die u heeft gezien.

2) “Als jullie Allah aanroepen, doe dan doe3a met de palmen van jullie handen, en doe geen doe3a met hun ruggen, en als jullie klaar zijn, strijk dan je gezicht ermee.”

Da3ief (zwak). Overgeleverd door ibn Majah (1181,3866), ibn Nasr in Qiyaam al-Lail (p.137), Tabaraani in al-Moe’jam al-Kabier )3/98/1) & Haakim (1/536), van Saalih ibn Hassaan van Mohammed ibn Ka’b van ibn ‘Abbaas رضى الله عنه als marfoe’.

Dit is een zwakke sanad vanwege ibn Hassaan, die moenkar is in Hadieth, zoals al-Boecharie zei; “Hij is opgeheven in Hadieth”; ibn Hibbaan zei, “Hij had doorgans zangeressen en luisterde naar muziek, en hij vertelde gefabriceerde verslagen op gezag van betrouwbare overleveraars”; ibn Abi Haatim zei in Kitaab al-‘Ilal (2/351), “Ik vroeg mijn vader (d.w.z. Aboe Haatim al-Raazi) over deze Hadieth, waarop hij zei: “Moenkar”.”

Ibn Hassaan is bevestigd door ‘Isaa ibn Maimoen, die het ook vermelde van Mohammed ibn Ka’b, zoals ibn Nasr heeft verteld. Dis verandert echter niets, omdat ibn Maimoen even zwak is: ibn Hibbaan zei, “Hij vermeldt ahaadieth, die allemaal gefabriceerd zijn”; Nasaa’i zei, “Niet betrouwbaar.”

Deze Hadieth van ibn ‘Abbaas is ook overgeleverd door Aboe Daawoed (1485), en van hem Baihaqi (2/212), via: ‘Abdoel Maalik ibn Mohammed ibn Aiman van Abdoellaah ibn Ya’qoeb ibn ‘Ishaaq van iemand die het hem vertelde van Mohammed ibn Ka’b, met de bewoording:

“Bewaak niet de muren. Degene die in de brief van zijn broeder kijkt zonder toestemming, waarlijk, hij kijkt in het vuur. Vraag Allah met de palmen van je handen, en vraag Hem niet met je ruggen, en als jullie klaar zijn, strijk dan je gezicht ermee.”

Dit is een zwakke sanad: ‘Abdoel Malik is zwak verklaard door Aboe Daawoed; het bevat ook de sheich van ‘Abdoellaah ibn Ya’qoeb die niet bij naam genoemd wordt, en daardoor onbekend blijft – het is mogelijk dat hij ibn Hassaan of ibn Maimoen is, die hierboven beiden genoemd worden.

De Hadith is ook overgeleverd door Haakiem (4/270) via: Mohammed ibn Moe’aawiyah, die zei dat Masaadif ibn Ziyaad al-Madieni hem vertelde dat hij het gehoord had van Mohamed ibn Ka’b al-QuRaazi. Dhahabi volgende dit door duidelijk te maken dat ibn Moe’aawiyah tot leugenaar verklaard was door Daaraqoetni, dus de Hadieth is vervalst.

Aboe Daawoed zei over deze Hadieth, “Deze Hadieth is overgeleverd via meer dan een route, op gezag van Mohammed ibn Ka’b; allemaal zijn ze zwak.”

Het opheffen van de handen terwijl met Qoenoet doet voor een ramspoed, is bevestigd door de Boodschapper van Allah {salla llaahoe 3alaihie wa-sallam} in zijn doe3a tegen de polytheïsten die zeventig reciteerders vermoordden – overgeleverd door imaam Ahmed (3/137) & Tabaraani in al-Moe’jam as-Saghier (p.111) als de Hadieth van Anas met een sahieh sanad. Hetzelfde is bewezen van ‘Omar en anderen in de Qoenoet van het witr gebed. Omdat het strijken van het gezicht na doe3a al-Qoenoet echter nergens van de Profeet {salla llaahoe 3alaihie wa-sallam} wordt geciteerd, noch van enige van zijn metgezellen, is het zonder twijfel een vernieuwing.

Over het strijken van het gezocht na doe3a buiten gebed, bestaan alleen deze twee ahaadieth; het is onjuist om te zeggen dat ze elkaar ondersteunen tot de rang van hasan, zoals Manaawi deed, vanwege de ernst van de zwakte die in hun routes ven overlevering is gevonden. Daarom zei imaam Nawawi in Majmoe’, “Het wordt niet aanbevolen”, waarbij hij ibn ‘Abd as-Salaam bevestigde, die zei, “Alleen een onwetende persoon doet het.”

De mening dat over het gezicht strijken na doe3a niet wordt voorgeschreven, wordt versterkt door het feit dat er vele authentieke ahaadieth zijn over het opheffen van de handen in doe3a, en in geen van hen wordt het strijken van het gezicht genoemd; dit laat insha Allah zien dat het onacceptabel is en niet voorgeschreven is.

{mosgoogle left}

Aldus de Sheich.

En Allah weet het beste.

Door Aboe Soufyan

_____________________________________________________________

1) Als ibn Ma’ien positief over een overleveraar spreekt, terwijl de rest van de geleerden hem zwak verklaart, dan wordt de uitspraak van ibn Ma’ien genegeerd, omdat hij bekend stond om zijn nauwkeurigheid en strengheid in kritiek leveren: zwakke overleveraars pasten heel erg op dat ze niet hun zwakheid aan hem lieten zien; daarom oordeelde hij daar overeenkomstig aan. Dit verklaart waarom hij alleen staat in het authentiek verklaren van de overleveraar.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *